Effectief studeren

Grote hoeveelheden leerstof

In de studie geneeskunde word je geconfronteerd met enorme hoeveelheden aan te leren stof. Je kunt hier op verschillende manieren mee om gaan. Enkele voorbeelden:

  • Je kunt proberen alle stof tot in detail te beheersen. Het voordeel is dat je een grote hoeveelheid kennis opbouwt, de nadelen zijn dat het enorm veel tijd kost en dat je het grootste deel van de opgedane kennis in korte tijd ook weer vergeten bent.
  • Je kunt proberen de stof te begrijpen, te leren wat je aan parate kennis denkt nodig te hebben en te leren waar je de gegevens snel terug kunt vinden als je ze nodig hebt. Het lastige van deze methode is dat je moeilijk kunt inschatten wanneer je parate kennis voldoende is en wanneer niet. Jezelf vragen stellen aan de hand van de praktijkvoorbeelden die tijdens een onderwijsblok gebruikt worden kan hierbij helpen. Het voordeel is dat je minder tijd kwijt bent en dat je later de stof ook weer snel in je op kunt nemen.

Hoewel het doel van studeren in het begin vooral is om je tentamen te halen, is het goed je te realiseren dat alle kennis die je opdoet belangrijk is voor jouw functioneren als arts na je studie. Dat goede medische kennis en goed medisch functioneren erg belangrijk zijn, bevestigt een artikel in The BMJ (voorheen het British Medical Journal): Medical error—the third leading cause of death in the US. BMJ 2016; 353 doi: http://dx.doi.org/10.1136/bmj.i2139 (Published 03 May 2016)

Over de verschillende manieren van studeren en de meest effectieve manieren van studeren is veel geschreven en overal kun je tips vinden. Via deze pagina kun je achtergrondinformatie vinden en verwijzingen naar sites met tips over effectief studeren (zie externe links).

Leerstijlen

Er bestaan verschillende leerstijlen die gebruikt kunnen worden om je kennis eigen te maken. Deze zijn van invloed op je studieresultaten.

Iedereen heeft een persoonlijke leerstijl, dat wil zeggen: een manier van omgaan met leerstof en leeractiviteiten. De een leest graag de theorie in een boek, anderen zijn echte doeners, zij willen het liefst meteen met iets aan de slag.

Een leerstijl is echter geen vaste karaktereigenschap, maar kan aangepast worden. Wanneer je onvoldoende goede resultaten behaalt, of wanneer de energie die je in het studeren steekt niet weerspiegeld wordt in je resultaten, zou een verandering van studieaanpak behulpzaam kunnen zijn. Om te zorgen dat je de goede dingen leert uit de grote hoeveelheden stof in de boeken, en efficiënt met je tijd om gaat (niet overmatig veel tijd in leren steekt), is het van belang de goede mix van leerstijlen te gebruiken. De ene leerstijl is niet altijd beter dan de andere. Wel leent de ene stijl zich beter voor de ene dan voor de andere leersituatie. Dit verklaart bijvoorbeeld waarom sommige mensen niet op hun best zijn in een klassikale situatie, maar wel tot hun recht komen tijdens een practicum.

Er zijn twee bekende theorieën over leerstijlen:

  1. Leerstijlen van Vermunt (ILS: Inventarisatie LeerStijlen)
  2. Leerstijlen van Kolb (LSI: Learning Style Inventory)
Leerstijlen van Vermunt

Vermunt onderscheidt vier leerstijlen

  1. De ongerichte stijl. De student leert zonder duidelijk doel. Wat je leert, verwerk je niet. Als je leert, doe je dat vooral omdat jijzelf en anderen dat van je verwachten, omdat het zo hoort. Je hebt niet echt een specifieke leermethode, maar neemt vaak alle stof door zonder hoofd- en bijzaken van elkaar te scheiden.
  2. De reproductiegerichte stijl. De student die deze stijl gebruikt, houdt zich vooral bezig met ‘stampen’. Je bent gericht op het letterlijk reproduceren van de leerstof en  bent vooral aan het leren om je toets te halen.
  3. De betekenisgerichte stijl. De student richt zijn aandacht vooral op de hoofdzaken van de te bestuderen stof. Je onderzoekt de standpunten, ideeën en conclusies, legt verbanden en vormt ook je eigen mening. Je leert vanuit persoonlijke interesse.
  4. De toepassingsgerichte stijl. De student of de beroepsbeoefenaar richt zich vooral op de toepassingsmogelijkheden van de leerstof. Je wilt weten of de leerstof relevant is voor de praktijk en hebt vooral behoefte aan concrete informatie en voorbeelden die aansluiten bij je praktijkervaring. Het leren is nu vooral beroepsgericht.
Leerstijlen van Kolb

De leerstijlen die Kolb onderscheidt, zijn kwadranten in een leercirkel. In de cirkel staan zowel de verschillende fasen in een leerproces, als de verschillende typen die iemand kan zijn. Ieder voorkeurstype maakt gebruik van twee fasen (bijvoorbeeld: de doener experimenteert graag en leert van de ervaring, de bezinner leert van reflecteren op een ervaring).


Leercyclus van Kolb (Kolb 1984)
  1. De bezinner kijkt hoe anderen een probleem aanpakken en denkt eerst na voordat hij iets doet. Hij ziet veel oplossingen, omdat hij een probleem vanuit veel standpunten kan bekijken. Daardoor neemt hij beslissingen soms traag.
  2. De denker is goed in logisch denken en redeneren. Hij probeert algemene regels te ontdekken en leert het liefst uit boeken. Het is belangrijker dat ideeën logisch zijn, dan dat ze praktisch uitvoerbaar zijn.
  3. De beslisser plant een taak en voert die uit. Hij is niet zo geïnteresseerd in theorieën. Hij doet het goed in conventionele intelligentietesten. Houdt zich liever bezig met technische problemen dan met mensen.
  4. De doener houdt van experimenteren en lost problemen op door iets uit te proberen. Hij past zich goed aan aan nieuwe situaties. Soms kan een doener drammerig overkomen in zijn dadendrang.
Vermunt versus Kolb

Vermunt heeft op basis van zijn onderzoek vier leerstijlen geformuleerd. Iedere leerstijl beschrijft met welke motieven een student leert, en hoe het leergedrag van de student eruit ziet.

Kolb doet geen uitspraken over de motieven van een cursist, terwijl Vermunt juist motieven en gedrag met elkaar verbindt. Vermunt beschrijft geen stappen in een leercyclus, zoals Kolb doet met zijn leerfasen. De leerstijlen van Vermunt zijn op zichzelf staande stijlen, zonder onderling verband.

Beide theorieën doen geen uitspraken over de persoonlijkheid van de lerende. Vaak wordt verondersteld dat een leerstijl vastligt voor een student.

Toetsen maken

In de geneeskundeopleiding wordt vaak getoetst met “gesloten vragen”, vragen waarbij je niet zelf het antwoord hoeft te verzinnen, maar waarbij je keuzes moet maken uit verschillende mogelijke antwoorden. Tot voor kort waren dit vooral multiple choice vragen, maar door de introductie van het digitale toetsen worden steeds meer typen gesloten vragen gebruikt. Om goed voorbereid te zijn op deze nieuwe typen vragen kun je als student de demonstratietoets van het programma testvision maken. De UU heeft ook een tentamentraining voor studenten.

Onderzoek naar het beantwoorden van gesloten vragen wijst erop dat wanneer je de vraag direct kunt beantwoorden zonder dat je bij jezelf moet beredeneren wat het goede antwoord zou kunnen zijn, je het beste scoort (zie Durning et al). Deze manier van vragen beantwoorden lukt het best wanneer je tijdens het blok en het studeren al vergelijkbare vragen of onderwerpen bent tegengekomen, hoe vaker hoe beter.

Referenties

Ting DongAnthony R. ArtinoCees van der VleutenEric HolmboeLambert Schuwirth (2015) Dual processing theory and expertsʼ reasoning: exploring thinking on national multiple-choice questions. Perspectives on Medical Education, Volume 4, Issue 4, pp 168–175

 

 

Academische vorming, professionaliteit, studiereflectie