Feedback

Algemene principes van feedback

Er zijn verschillende definities van feedback in omloop. David Boud en Elizabeth Molloy geven in hun boek: feedback in higher and professional education een definitie die vrij vertaald voor een academische opleiding luidt:

Feedback is een proces waarbij studenten naar aanleiding van een uitgevoerde taak informatie krijgen over de overeenkomsten en verschillen tussen hun uitvoering en de huidige academische standaarden voor wat betreft de uitvoering van een dergelijke taak, zodat ze inzicht krijgen in de kwaliteit van hun uitvoering en verbeteringen kunnen implementeren in een toekomstige uitvoering van dezelfde taak.

Deze definitie is zo ingewikkeld, omdat de schrijvers willen benadrukken dat het belangrijkste van feedback niet het geven van een oordeel is, maar juist het geven van handvatten voor verbetering. Feedback van docenten, medestudenten en collegae zou je dan ook niet moeten zien als een oordeel, maar als iets dat je kunt gebruiken voor het verkrijgen van inzicht in en het verbeteren van je eigen functioneren. Dat kan lastig zijn, omdat in de feedback die je ontvangt ook vaak een beoordeling of een oordeel verwerkt zit. Als je zelf feedback wilt geven op zodanige manier dat de ontvanger er wat mee kan, is het dus belangrijk om geen oordeel in de feedback te verwerken.

Omdat het geven van effectieve feedback lastig is, zijn er verschillende hulpmiddelen en regels ontwikkeld om het geven van feedback aan te leren. Eén van de hulpmiddelen is ontwikkeld door David Pendleton en worden Pendleton rules genoemd. Deze regels worden door sommige docenten toegepast in hun cursus of coschap.

Peer feedback

Het geven van feedback aan “peers” betekent dat de gever en ontvanger van de feedback een gelijkwaardige positie hebben. Wanneer een student feedback geeft op een presentatie van een medestudent uit de eigen tutor/werkgroep, wordt dit peer-feedback genoemd.

Feedback geven aan medestudenten kan lastig zijn, omdat er naast de “professionele” relatie die er met de medestudent is, ook een persoonlijke relatie kan bestaan. Bovendien is het niet eenvoudig om feedback te geven die door je medestudent als negatief kan worden ervaren. Dit is een algemeen bekend probleem en daarom zijn er allerlei regels ontwikkeld die het geven van feedback kunnen ondersteunen.

Feedback geven:

  • Laat de ontvanger eerst aan het woord. Dit helpt hem/haar om kritische naar zichzelf te kijken en ook om zelfrespect te verwerven.
  • Wees concreet in plaats van algemeen. Beschrijf het waargenomen gedrag waar de feedback over gaat.
  • Geef aan hoe het waargenomen gedrag op jou is overgekomen.
  • Richt de feedback die je geeft alleen op gedragingen die je collega/de student kan verbeteren.

Feedback ontvangen:

  • Luister naar feedback zonder commentaar te geven.
  • Schiet niet automatisch in de verdediging.
  • Vraag zo nodig om verduidelijking.
  • Maak aantekeningen of vraag de gever om de feedback op te schrijven op een feedback formulier.

Voor feedback geldt bovendien:

  • Feedback is waardevol, maar niet elke feedback is bruikbaar.
  • De feedbackontvanger beslist of de feedback gebruikt kan worden voor verbetering van de eigen prestatie.
  • De inhoud van de feedback is zowel afhankelijk van de prestatie van de feedbackontvanger als van de normen en waarden van de feedbackgever.
  • Verschillende feedbackgevers kunnen verschillende inhoudelijke feedback geven.
  • De feedbackgever moet zich bewust zijn van het feit dat zijn/haar feedback een persoonlijke component bevat.
  • Als de feedbackontvanger meer dan eens dezelfde inhoudelijke feedback ontvangt, is het in ieder geval verstandig serieus aandacht aan de inhoud van de feedback te besteden.

Academische vorming, professionaliteit, studiereflectie